Keepersspullen


Op deze pagina een kleine opsomming van materiaalgebruik en spelregels voor de keeper 

Het gebruik van Keepersmaterialen in de praktijk 
Een aantal tips over hoe om te gaan met de keepersmaterialen, hoe ze gedragen en hoe ze verzorgd worden. Ook zijn er nog wat spelregels beschreven, zodat je kan nalezen wat wel mag en wat je niet mag als hockeykeeper. 
(Bron HDM, aangepast met de nieuwe spelregels, 2011) 

De helm: In een jeugdteam wordt er vaak van keeper gewisseld. De helm past de ene keeper wel, de andere niet. In tegenstelling tot wat men verwacht kan de helm in grootte aangepast worden. Aan de zij- en bovenkant zitten een 4-tal schroeven waardoor deze verstelling mogelijk is. Meestal is een 5 Eurocent-muntstuk geschikt om als schroevendraaier te gebruiken. Zorg ervoor dat de schroeven regelmatig aangedraaid worden, zodat men niet tijdens een wedstrijd merkt dat er een schroef mist. Dit komt altijd ongelegen. Een methode om de schroeven te fixeren (als ze niet regelmatig los hoeven) is er een druppeltje Velpon (of een andere zwakke lijm) tussen laten lopen. (geen 3-secondenlijm gebruiken svp! )
Blijkt de helm in de kleinste stand nog te groot te zijn, dan kan er dmv een bandana, of een zakdoek op de kruin van het hoofd, de helm passend gemaakt worden. De helm past als hij niet voor de ogen kan zakken. De helm klemt dan op de kruin van de kin. 

Bodyprotector: Is simpel instelbaar dmv de banden op de rug. Mocht de bodyprotector dan nog niet passen mag er tijdelijk een knoop in de band gelegd worden, maar haal deze na de wedstrijd er gelijk weer uit om de levensduur van deze banden te verlengen. Zorg ervoor dat de bodyprotector tegen de hals aansluit, daar waar een t-shirt normaal gesproken ook sluit.
De bodyprotector moet over of boven de rand van de broek komen.

Handschoenen: Deze lijken voor zich te spreken, de linkerhandschoen is de stophandschoen, de rechterhandschoen is de stickhandschoen. Zeker bij de kleinsten worden de handschoenen nogal eens terzijde gelegd, omdat je met de linkerhandschoen de stick niet kan vasthouden. Dat klopt! De stick wordt alleen in de rechterhand vastgehouden! 
Met de linkerhandschoen kan men dus hoge(re) ballen keren. Men mag de bal alleen tegenhouden, niet hoog wegslaan. Dit kan ten koste gaan van een strafbal. 

Legguards: Het bevestigen van de legguards mag voor zich spreken, ze worden door middel van riempjes achter op de kuit vastgemaakt. Zorg er wel voor dat ze niet te strak zitten, maar wel dusdanig vast dat ze niet gaan draaien. Er is hier ook sprake van een rechter- en linkeruitvoering. Merk met een stift welk deel L of R is. Om te voorkomen dat de ballen tegen de binnenkant van het been geslagen worden zit daar een bescherm-flap naar binnen gebogen.

Kickers (klompen): Een van de meest aan slijtage onderhevige delen zijn de klompen. Is het niet dat de riempjes snel slijten, danwel de onderzijde van de klomp. Bij het aantrekken van de klomp dienen de riempjes voorop slippend los te zitten, nadat de voet erin zit en de achterste hielriem vastzit kan deze weer aangetrokken en vastgezet worden. Let op dat de klomp niet te hoog boven de grond komt te zitten, zodat de bal eronder kan schieten en de voet alsnog geblesseerd raakt. Ook hier dienen de riempjes dusdanig aangetrokken te worden, dat de klomp niet van de voet afschiet, maar ook de voet niet afklemt of in het foam snijdt. 
Indien de riempjes door slijtage hun einde naderen, laat dit ons weten, zodat wij voor een nieuw setje riempjes kunnen zorgen. Bewaar de klomp in gesloten toestand (riempjes aangetrokken) in de tas, om te voorkomen dat de riempjes kwijtraken en te zorgen dat de klomp in vorm blijft. Let op dat het riempje niet gedraaid onder de zool zit, dan slijt het nog sneller.

De broek: Alleen bij de jongsten kan het zijn dat er geen broek in de tas zit, omdat deze keepertjes nog niet veel over de grond keepen.
Tav het gebruik in het veld, check regelmatig of de beschermende platen op hun plaats zitten. Met een ceintuur en de vetersluiting dient de broek op zijn plaats te blijven zitten.

De broek is vaak de grootste oorzaak van die beruchte keeperslucht die in de tas overheerst. In de broek blijft door het aanwezige, dempende schuimrubber een groot gedeelte van het zweet hangen. Door de broek af en toe in de wasmachine mee te wassen kan dit beperkt worden. Daarna te drogen hangen in een droge, warme ruimte, bv. een verwarmde schuur of garage. Gebruik van liters Febreze of deodorant helpt slechts tijdelijk, ca. 1/4 wedstrijd. 

Een tok en/of elleboogbeschermers worden niet door de club geleverd. Deze behoren tot persoonlijke aanschaf. Ook een keepersshirt dien je zelf, of met je hele team, aan te schaffen.

Het onderhoud: de tas met spullen mag je niet onbeheerd achterlaten. Dit om te voorkomen dat keepers in eigen beheer spullen gaan ruilen, zonder dat je zelf hiervan afweet!
Check de spullen regelmatig op slijtage! Laat spullen niet nat in een tas liggen tot de volgende wedstrijd. Daar gaat de kwaliteit heel snel mee achteruit en de geur wordt er ook niet beter van! Af en toe de legguards en klompen met water en een lekker geurende zeep (shampoo) afspoelen voorkomt ook stank. Controleer je helmschroefjes en draai ze aan. Leg je spullen niet op een hete kachel om ze droog te koken.

Verzorg de spullen alsof ze van je zelf zijn. In een tas zit al snel voor 900 Euro aan materialen! Mochten er ondanks bovenstaande uitleg toch nog vragen overblijven dan kunnen jullie te allen tijde deze kwijt bij een van de materiaalcommissarissen. Wij proberen dan een antwoord te geven.


Wat mag een hockeykeeper nu wel en wat niet?
Geregeld zien we bij jeugdteams, waar men niet over een vaste keeper beschikt, dat de speler/speelster die aan de beurt is om het doel te verdedigen niet precies weet welke rechten de keeper heeft binnen en buiten de cirkel. Daarom onderstaand een aantal regeltjes en wat uitleg over de keeper en zijn privileges.

Binnen de cirkel: 
  • Het is doelverdedigers die beschermende uitrusting dragen toegestaan de bal met hun stick, beschermende uitrusting of enig deel van hun lichaam weg te spelen, van richting te veranderen (in elke richting, ook over de achterlijn) of te stoppen. Ook boven schouderhoogte! (een gewone speler zou sticks maken). Wegtrappen heeft meestal de voorkeur!
  • Het is doelverdedigers niet toegestaan zich te gedragen op een manier die gevaarlijk is voor andere spelers door voordeel te halen uit de beschermende uitrusting die ze dragen.
  • Het is veldspelers met de rechten van een doelverdediger toegestaan hun stick, voeten of benen te gebruiken om de bal te spelen en om hun stick, voeten, benen of enig ander deel van hun lichaam te gebruiken om de bal van richting te veranderen (in elke richting, ook over de achterlijn) of te stoppen.
  • Het is doelverdedigers die beschermende uitrusting dragen en veldspelers met de rechten van een doelverdediger toegestaan hun armen, handen of enig ander deel van het lichaam te gebruiken om de bal weg te duwen. Dit is alleen toegestaan om een doelpoging of mogelijke doelpoging te verdedigen. De doelverdediger (of veldspeler met de rechten van een doelverdediger) mag zijn armen, handen of lichaam niet gebruiken om daarmee een pass over lange afstand te geven.

Komt de bal vanaf de keeper hoog terug de cirkel in en levert dit gevaar op voor andere spelers, dan kan men een strafcorner tegen krijgen. Of het gevaarlijk is interpreteert enkel en alleen de scheidsrechter.

Buiten de cirkel:
  • De keeper mag de bal alleen met de stick spelen; liggend, rechtopstaand of knielend, maakt geen verschil.
  • Raakt de keeper de bal buiten cirkel met voet, hand of lichaam dan krijgt men een strafcorner tegen.
  • Speelt de tegenstander de bal hoog op de keeper terwijl deze buiten de cirkel staat, krijgt men een vrije slag mee. De tegenstander heeft de bal dan gevaarlijk hoog gespeeld.

We zien maar al te vaak dat de keeper de stick in 2 handen probeert te houden en gaat hockeyen met de bal in plaats van deze weg te schoppen. Om dit te voorkomen houdt de keeper de stick slechts in 1 hand vast, de rechter, zodat de andere hand beschikbaar is om eventuele hoge ballen te stoppen of te keren.

Ander voordeel is dat de keeper daardoor de bal wel met wegtrappen en tevens sta je daardoor sneller op de voorvoet (de bal van de ondervoet) waardoor je niet pardoes achterover in het doel omvalt. Op je rug keepen is niet makkelijk!

Om te voorkomen dat de bal in de bodyprotector raakt (ook zo'n overtreding waar je een strafcorner voor tegen krijgt), dient de protector onder het shirt of jack gedragen te worden. Tevens kan de keeper dan niet ergens achter blijven haken met de protector.

De keeper dient te allen tijde de helm op te houden! Dit is door de KNHB verplicht.

Succes en veel keepplezier!  

Vragen? Stuur een email naar de keeperscoördinator